Optreden van Remco Campert tijdens de Tweede grote Poetry-avond op 7 april 1984 bij BukBuk.
Optreden van Remco Campert tijdens de Tweede grote Poetry-avond op 7 april 1984 bij BukBuk.
De Achteruitkijkpost

Column: Stein Ecke vertelt: Buk Buk

  Cultuur

Stein schrijft als half Heilooër over het dagelijks leven. Zijn eigen dagelijks leven. Hij is nog maar de helft van zijn tijd in ons dorp, daardoor kijkt hij anders dan vroeger naar de dingen die hier gebeuren. Maar hij schrijft ook over datgene, wat hij meemaakt in zijn nieuwe woonomgeving Duitsland, waar hij de rest van de tijd woont.

Buk Buk

In de week dat ik een klein staafje in mijn ontlasting stak, ja ook ik heb de leeftijd bereikt dat ik aan het bevolkingsonderzoek naar darmkanker mag meedoen, ontving ik een uitnodiging. 'Wij nodigen u graag uit voor de opening van de expositie Buk Buk retrospectief' stond er op de kaart. Ik slaak een zachte vloek. Verdomme ik kan er niet bij zijn, dan ben ik weer in Duitsland. Mijn gedachten dwalen af naar Buk Buk. Jongeren sociëteit Buk Buk heette het vroeger, later kortweg Buk Buk of de Buk. Achtenveertig jaar geleden werd de sociëteit opgericht door katholieke jongeren, gelukkig heeft er nooit RK voor de naam gestaan, anders had ik er nooit voorzitter van mogen worden. Want zoals mijn vriend Leo ooit zei: 'Wat.., ben jij Nederlands Hervormd? Maar dan ben jij een ketter! En ketters zijn erger dan heidenen, want die weten niet beter.' Daarna barste hij in lachen uit. Leo, die mij opvolgde als voorzitter van deze legendarische vereniging, die helaas het vijftigjarig bestaan niet zal halen. Het geld is op. Toen wij het roer overnamen in 1974 was de vereniging ook bijna ten onder gegaan. Subsidie was er nauwelijks, we kregen van de gemeente vijf gulden per lid, en dat is niet veel als je geen leden hebt. Met nieuw elan hebben we de zaak weer opgepept. Nieuwe voorzitters wisselden ons af, zelfs Marcel Keet, die we nog in korte broek hebben zien komen, kwam op een leeftijd dat hij de zaak mocht gaan leiden. Het waren glorieuze tijden.

Ik pak het 'Bukboek, Een greep uit twintig jaar' uit de kast en begin te bladeren. Ik zie foto's van voor mijn tijd, met daarop jongelui zittend op schommels die aan de balk voor de bar hangen. Ze dragen colbertjes en stropdassen, dat moeten wel katholieke jongeren zijn. Dan de foto's met mijn vriendengroep en met de liefde van mijn leven, die ik daar heb leren kennen. Ik slik. De tranen prikken in mijn ogen, want ze is helaas niet meer onder ons. Ik blader verder en zie foto's van cabaretvoorstellingen die we zelf schreven, van stijldansavonden en van rockbands, Nah Nah Nah, the Shoes, wie kent ze nog? Ik zie Sjef van Oekel en Barend Servet op een racefiets in de grote zaak van het Brunogebouw. Waarschijnlijk voor een of ander goed doel wat we steunden.

Ik blader verder en lees een verhaal over een verbouwing. De zolder waar het allemaal begon en waar je moest bukken vanwege de balken, is niet meer. Daar zijn nu de kleedkamers voor de artiesten. Ik sla nog een paar bladzijden terug en zie foto's van het fenomeen Herman Brood, en van door Antoine georganiseerde poetry-avonden met Wim T Schippers, Remco Campert en Wilhelmina Kuttje (met twee t). Hoe zou het eigenlijk met Wilhelmina gaan? Die moet ondertussen toch ook dik in de zestig zijn. Ze heeft ongetwijfeld ook een envelop thuis gekregen met een groen staafje, wat ze in haar ontlasting moet stoppen.

Foto René Alphenaar

Meer berichten