Vogelschool

Vogels gaan niet naar school en toch leren ze bij. Bewijzen daarvan zie je niet dagelijks, maar af en toe. Als ik mijn tuin inkijk, tel ik algauw zo’n veertien verschillende soorten, inclusief eenden in de sloot voor ons huis. Dat watertje is trouwens ook het verblijf van de pittige meerkoetjes, die ik herken aan het prijsje op hun snavel.

Al die vogels planten zich voort, een gebeurtenis die je nooit ziet maar wel moet aannemen anders waren ze er niet. In het voorjaar zitten er soms twee van één soort naast elkaar op een tak of op de leuning van een tuinstoel. Even groot, even mooi. Twee zusjes of broertjes, moeder en kind? Je weet het niet, totdat de een iets doorgeeft aan de ander. Een soort borstvoeding maar dan met de snavel. Dan weet je meteen de familieverhouding.

We hebben in de tuin een paar vogelhuisjes opgehangen, waarin pindapotten klem zitten gevuld met vet en meelwormen. Bij tijden is het een drukte van belang bij die snackbar. Laatst zag ik dat er een meesje uit zo’n bijna leeg gevreten pot kwam met aan het puntje van zijn snavel een wit bolletje vet. Eten wat de pot schaft, is hem geleerd. Hij wilde wegvliegen, ongetwijfeld naar zijn nestje om een nazaat te voederen. Maar tot mijn en ongetwijfeld zijn/haar schrik viel het bolletje uit zijn snaveltje op de grond. Hij keek het bolletje na en ik kon zijn twijfel meevoelen: wegvliegen of oprapen? Het vloog weg, om zijn kind van het droevige nieuws op de hoogte te stellen.

Even later had hij blijkbaar spijt, want daar was hij weer. Maar hij had zijn lesje geleerd. Hij dook in het potje en even later kwam hij er weer uit. Bolletje vet op het puntje van zijn snavel. Direct wegvliegen deed hij niet. Je zag hem piekeren: stel dat het valt. Toen dook hij met het voer nog in zijn snavel rechtstreeks naar de grond, wachtte daar even en vloog toen pas naar zijn kroost.

Lesje geleerd.