De week van de voetbal

Ik kom uit een voetbalminnend Alkmaars gezin. Maar in de loop der jaren is dit bij mij allemaal wat verwaterd, kijk ik alleen nog maar de EK/WK wedstrijden en moet je mij geen namen van spelers meer vragen. Toch ging deze week mijn oude voetbalhart weer een beetje sneller kloppen.

De afgelopen weken werd er door de scholen van Heiloo druk gevoetbald om de beste van ons dorp te worden. Afgelopen vrijdag stonden we weer allemaal paraat om onze jongens van de Springschans groep zeven aan te moedigen. Mijn moeder - een groot voetbalfan - was ook wederom van de partij. Ze had het geluk dat ze niet alleen voor ons, maar ook voor de meiden van de Radboud kon juichen. Ze barst van de kleinkinderen.

Het weer zat mee en na een teleurstellende eerste ronde zaten we nu in een wat gelijkwaardigere poule. Na de laatste wedstrijd, tegen zes uur, riepen onze spelertjes enthousiast: ‘We mogen straks nog een troostfinale spelen!’ Ik heb nog nooit zoveel ouders gezien die even niet meer hun teleurstelling konden verbergen. Mensen zagen in gedachten hun eten verpieteren, borrels misgaan, logeerpartijtjes in de soep lopen… Al snel herpakte iedereen zich en verbeet de honger met de overgebleven snoepjes of een snack uit de kantine.

Mijn moeder genoot, maar zo af en toe kreeg ik alvast foto’s van een nieuwe rood-witte sjaal en de route die ze naar Rotterdam zou afleggen op zondag.

En toen was het zondag en gebeurde waar de meeste - niet allemaal! - van deze kleine voetballertjes uit Heiloo alleen maar van kunnen dromen. Drommen mensen verzamelden zich rond de A9 om de bussen uit te zwaaien, de Paardenmarkt in Alkmaar stroomde vol en de rest zat aan de buis gekluisterd. Mijn moeder zat met de Radboud- kleindochter in Rotterdam en zij hadden de avond van hun leven.

Er werd lang nagefeest, daar konden we in Heiloo van meegenieten, maar dat vonden we niet erg, toch?