Eenden
Twee keer heeft er in onze tuin een eend gebroed. De eerste keer in een gemetselde bloembak zo’n 70 cm boven het terras. Vanuit onze slaapkamer konden we precies volgen wat er bij het nest gebeurde. Mijn echtgenoot was bang dat als de eieren uitkwamen de eendenpullen te pletter zouden vallen op het terras, dus maakte hij een brede houten loopplank.
Het was zover: moeder eend wachtte geduldig tot alle eieren waren uitgekomen, dirigeerde haar kroost niet naar de loopplank, maar naar de rand van de bloembak en duwde ze met een stevige zet over de rand. Toen ze allemaal op het terras waren geland, marcheerden ze in 'ganzenpas' door de tuin van de achterburen, naar de vijver.
De tweede keer legde een prachtige blonde eend wel 21 eieren in een nest tegen de schuur. Op een vroege morgen, we lagen nog in bed, zagen we dat de eieren uitkwamen. Deze keer was moeder-eend niet zo geduldig: met 12 pullen liep ze, weer door de tuin van de buren, naar de vijver. Er bleven 9 eendjes achter, wat nu?
Mijn man trok een badjas aan, pakte een emmer, zette er voorzichtig de achtergebleven eendjes in en liep om naar de vijver. Een buurman vroeg verbaasd: “Willem, wat doe jij nou?”
“Oh, ik breng even een emmer eendjes weg!” en dumpte ze bij de vijver. De weken erna liepen we elke avond even naar de vijver, waar de blonde eend zorgzaam rondscharrelde met haar kroost, totdat er na enige tijd geen pulletje meer over was…
Tekst: Juup Wuijster