
Ik denk, dat ik eruit ben
Column‘We zouden toch naar Frankrijk dit jaar?’ Ongerust kijkt mijn gezin mee over mijn schouder en ziet mijn virtuele reis door Wales. ‘Kijk hier is de duivelsbrug en hier zijn stenencirkels,’ mompel ik. Zuchtend past iedereen weer mentaal zijn reisbestemming aan, maar nét voor ik de boot boek stop ik en ik denk.
Vorig jaar liepen we langs Stonehenge en Woodhenge waar een meneer ons aansprak en vertelde over zijn interesse in de palencirkels in Nederland. Of wij toevallig Heiloo kenden?
Ook kwamen we langs de heilige bronnen van Glastonbury, lazen wij over ufowaarnemingen en twijfelden we of we langs het huis van Shakespeare zouden rijden. Engeland is toch het land van geschiedenis, grote namen en vooral het mystieke, en laat dat nou net mijn guilty pleasure zijn.
Zo in gedachten en rondreizend op mijn laptop bleef ik hangen bij Heiloo. Ik dacht aan onze eigen palencirkel (die overigens ergens anders stond dan nu), onze vroegere kastelen, het witte kerkje en zijn specifieke plek (De heilige hoogte), ons eigen heilige water, inclusief het mooie verhaal van het spontaan gevonden Mariabeeldje. In de jaren zeventig is onze eigen area 51 (of in Engeland: Rendlesham Forest) ontstaan achter de Willibrorduskerk toen er wilde verhalen verteld werden over een ufowaarneming. En zelfs voor een grote naam hoef je slechts even naar de buren in Egmond; René – Ik denk dus ik ben - Descartes, heeft daar zichzelf enorm zitten bedenken. En ik dacht: het is al waar ik ben.
‘Laten we toch maar naar Frankrijk gaan,’ zeg ik even later. Opnieuw worden alle Duo Lingo’s weer omgezet van Engels naar Frans en ik moet beloven nu niet meer te veranderen.
De Ardennen, de Vogezen, de Jura, alle geen plaatsen met spannende verhalen die de wereld over gegaan zijn. De uitgelezen vakantiebestemming dus voor iemand met dit soort zaken als hobby. Ze wachten tot ik er ben.