Reanimees.
Reanimees. Foto: Paulien van Tol

Tuinvogelverhaaltje:
Reanimeesje

Paulien van Tol is vrijwillig tuinvogelconsulente voor de Vogelbescherming. In haar vrije tijd schrijft zij korte verhaaltjes over tuinvogels. Van tijd tot tijd leest u een van haar verhalen in de Uitkijkpost. U kunt Paulien ook volgen op haar Facebookpagina 'Tuinvogelverhalen'.

We zaten net met een kopje thee op de bank, toen er een ‘ploink’ klonk tegen het voorraam. Vervolgens fladderde er iets kleins weg, wat op een takje in de struik naast de voordeur neerstreek. We stonden op, tuurden door het raam en zagen het slachtoffertje zitten; het was iemand van de familie Pimpelmees. Versuft zat het ukkie daar even, maar zakte toen ineens voorover en bleef ondersteboven aan de tak hangen. Zo’n gek gezicht! Als het niet zo sneu geweest was, waren we prompt in de lach geschoten.

Nog geen tel later viel het beestje zo’n dertig centimeter naar beneden en landde ‘plop’ op de grond naast de struik. Tussen de bladeren van de hedera bleef het kleine, zachtgele verenbolletje half op zijn ruggetje liggen. Ach gossie!

Meneer Koolmees, die op datzelfde moment ook in de voortuin was, kwam meteen ongerust naderbij en keek met een schuin koppie naar beneden. Vervolgens hipte hij wat takjes omlaag om het slachtoffertje eens goed van dichtbij te bekijken. Hij schatte de situatie behoorlijk serieus in en hupte druk op en neer. We zagen hem denken: ‘Ken ik deze pimpel? Wie is het? Wat moet ik doen? Kán ik iets doen? Reanimeren misschien?’ Meneer Koolmees bleef bij het slachtoffer en was helemaal van de rel! Hij wist zich duidelijk geen raad. Zo aandoenlijk!

Op dat moment kwam het pimpelmeesje weer een beetje bij z’n positieven en opende zijn oogjes. Voorzichtig keek hij om zich heen en staarde even naar meneer Koolmees, vlak boven hem. Voor meneer Koolmees leek dat een teken: ‘Patiënt bijgekomen! Check! Geen reanimatie nodig! Check! Tijd om er vandoor te gaan!’ Vervolgens maakte hij zich opgelucht (?) uit de voeten.

Achter het raam bij de voordeur hield ik nog even een oogje in het zeil. Ik wilde in de gaten houden of alles nu goed ging met die kleine pimpel en er niet toevallig een kat of ekster het hulpeloze dingetje in de smiezen kreeg. Ik bedacht me ook dat dit hele gebeuren misschien wel mijn schuld was geweest. Ik had namelijk de ramen kortgeleden gelapt en dat spiegelende, schone glas veroorzaakt vaak dit soort noodlottige ‘aanvaringen’. Vogels zien de lucht en bomen in de ramen weerspiegelen en denken dan dat ze daarheen kunnen vliegen.

Het pimpeltje richtte zich ondertussen meer op en keek weer helder uit zijn oogjes. Hij werkte zichzelf tussen de klimopbladeren uit, vloog op en verstopte zich tussen de takken van de beukenhaag. Opgelucht haalde ik adem en bedacht dat dit een leermomentje voor mij was! 

Ik wist wat me te doen stond en glimlachte tevreden; ik moest gewoon véél minder vaak ramen lappen, want dat is zó vogelonvriendelijk!