Horror
Dagelijks hebben 70.000 mensen in Nederland migraine (RIVM), ongeveer 0,3 procent. Grote kans dat vandaag dus zo’n zestig mensen (lage schatting) in Heiloo migraine hebben. Een bus vol. Vroeger was ik een van hen. Af en toe moest ik verzuimen en als ik mij dan afmeldde, rook ik aan de andere kant van de telefoon de twijfel. Migraine, ja hoor, zal wel een hoofdpijntje zijn. Aanstellerij. Wat wisten zij van migraine? Niks. Trouwens, ik ook niet.
Tot het tijdschrift Hoofdzaken van de vereniging van migrainepatiënten iemand zocht die vlot met de pen was en iets wist van migraine. Ja, ik. Alleen de kennis van hoe en wat zou pas later komen. Dit onder andere: migraine komt in aanvallen, de patiënt voelt zich hondsberoerd (misselijk en overgeven) en heeft aan één kant ondraaglijke hoofdpijn.
Voor Hoofdzaken heb ik honderden foto’s voorbij zien komen, die migraine moesten uitbeelden. Altijd hoofden met handen ertegen, eraan, ervoor, eromheen, enzovoort, als schakers boven het schaakbord. Ik moest kiezen. Belangrijk, want het beeld dat migraine een hoofdpijntje is waar je niet voor hoeft thuis te blijven en dat migrainepatiënten aanstellers zijn, dat beeld moest de wereld uit. Maar met deze beelden lukt dat niet.
Toch kan de juiste beeldvorming radicaal iets veranderen, heb ik ontdekt. Dat was toen ik met een stel mensen (‘Ik weet niet wat hoofdpijn is’) een keer een video bekeek. Een meisje dat tijdens een heftige migraineaanval tussen het overgeven door stuiptrekkend op bed lag te gillen. De medicijnen die haar migraine-aanval zouden moeten stoppen hielpen blijkbaar niet voldoende en de hand van de moeder die troostend over haar rug wreef was lief bedoeld, maar weinig effectief.
Zo ziet migraine er soms uit: horror.
Dick de Scally