Wim Knaap in 1997 aan kop op de Workumertrekvaart.
Wim Knaap in 1997 aan kop op de Workumertrekvaart. Foto: Wim Knaap

Wim Knaap: “De Elfstedentocht van 1997... Hoezo een makkie?”

13 jan, 09:25 DeTochtderTochten

HEILOO - De komende weken lees je op onze website herinneringen van Heilooërs aan het fenomeen Elfstedentocht. Dit keer is het woord aan Wim Knaap die in 1997 aan de start mocht verschijnen.

Wim Knaap vertelt: “ In de korte aanloop naar de vijftiende Elfstedentocht werd er door de media veel aandacht besteed aan de organisatie, de weersvoorspelling en oud-deelnemers. Een van de (oud-) deelnemers en winnaar was Jeen van den Berg die, met alle respect voor zijn imposante carrière, op een wat schoolmeesterachtige toon voor de tv zei: “Met windkracht drie of vier wordt het een makkie zaterdag!” 

Mijn eigen voorbereiding viel trouwens bijna letterlijk in het water toen ik op het Limmer Die een windwak in reed. Ik had een gekneusde rib en een dikke knie. Gelukkig kon ik al snel alles weer redelijk bewegen en ben ik met diverse leden van de Alkmaarse IJsclub (grotendeels veteranen) bijna iedere dag rond de 50 tot 70 kilometer gaan trainen. Intussen had ik ons oude logeeradres van elf jaar geleden (ieder jaar stuurden we elkaar nog kerstgroeten) opgebeld.  Wij - Jaap Vasbinder, ook mijn verzorgen tijdens de vorige tocht, en ik - konden logeren in Tietjerk bij de familie Van Overeem op nog geen kilometer van de Bonke. Na het ophalen van het startbewijs werden we daar warm onthaald. De twee broers Blakborn (van de snackbar in Heiloo), een broer van onze gastmoeder en een collega van mij bleken daar ook te logeren. Volle bak dus, maar het huis was groot genoeg en de drie rijders sliepen heel comfortabel. De weersvoorspelling werd steeds grimmiger, dus we zeiden al tegen elkaar: “Jongens dat wordt weer eens een echte Elfstedentocht!” De niet-rijders hebben die avond in Leeuwarden nog een andere tocht afgelegd, maar gelukkig maakten zij bij thuiskomst niet veel herrie. 

Na een stevig muesliontbijt werd ik voor de start weggebracht door Jaap. De weg langs de Bonke was nog niet afgesloten, dus dat liep allemaal perfect. Om tien voor zeven vertrok ik vanuit het licht op de Zwette, de duisternis in naar Sneek. Er was een klein maansikkeltje, het ijs was prima en met de wind in de rug vloog ik naar voren. De skibril heb ik af en toe opgezet als er lampen langs de route stonden. Je zag niet alle scheuren, maar alles ging goed tot het licht werd - tussen IJlst en Sloten. En wat een publiek was er al zo vroeg in de kou!Bij Sloten langs de molen en het meer over ging het als een speer. Wat een ijs... en die wind in de rug: soms werd je er bang van. Niet vallen, want dan lig je wel open - of nog erger. Bij Stavoren heb ik het eerste kopje warme bouillon aangepakt, daarna nog een stuk mandarijn. Allemaal gratis, klasse van die mensen. Na Stavoren en Hindeloopen kreeg je al de eerste stukken wind tegen. Lekker in groepjes rijden, ik was nog fris en schoot lekker op. Met Jaap had ik een planning gemaakt van gemiddeld rond de 20 kilometer per uur zodat hij ongeveer wist hoe ik in Workum, onze eerste ontmoetingsplek, zou zijn. Hij had een opvallende rode jas aan zoals die door wegwerkers wordt gebruikt, zodat ik hem goed zag - en hij onderweg soms werd aangezien voor iemand van de organisatie. Wegen die afgesloten waren gingen dan ook voor hem open. Dat was niet onhandig en ik heb hem dan ook zeker vijf keer ergens zien staan zodat hij mij iets kon geven als dat nodig was. 

Onderweg vanaf Workum naar Harlingen liep ik op de eerste achterblijver (nr. 228) van de wedstrijd in en dat gaf me wel een kick. Jaap reed naast de vaart mee in zijn auto en heeft onder het rijden door wat foto’s genomen. Na Harlingen werd het wel steeds zwaarder. Bij Franeker leek het wel of ze een auto met zand hadden gestort op het ijs. Het gevolg: hartstikke stompe schaatsen. Toen moest het zwaarste stuk nog komen.         

Nou, dat hebben de rijders en niet te vergeten het geweldige publiek geweten. De ‘meester’ had dus geen gelijk. De ‘hel van het noorden’ viel inderdaad niet mee. Harde wind, de afrasteringslinten braken, het ijs was soms slecht met grote scheuren op de smalle vaarten. Afzien, uitkijken en zoveel mogelijk in groepjes rijden. Bij het plaatsje Ryd stond Jaap met snert en werd ik geïnterviewd door Radio Friesland. Fries praten kan ik niet dus ik betwijfel of ze het uitgezonden hebben, maar dat is ook niet zo erg. Na in Bartlehiem een keurig bochtje te hebben gelopen dat niemand geloof ik heeft gezien op tv (Mart Smeets zei de vorige tocht dat mindere rijders die bocht niet meer kunnen lopen) ging het pal tegen de wind in richting Dokkum. Omdat Dokkum de bekende molen heeft keek ik op een bepaald ogenblik opgelucht, maar de molen die ik zag stond in Birdaard en Dokkum was nog behoorlijk ver weg. Er kwam geen einde aan leek het wel en voor mijn gevoel was Dokkum gewoon verplaatst. Maar toen ik daar aankwam voelde ik gelijk niets meer. Wat een feest! 

Na genoten te hebben van die ‘arena’ en van de warme thee ging ik bijna vliegend terug naar Bartlehiem. Met Jaap daar afgesproken dat hij naar de hal/tent zou gaan, dus het vervoer terug was geregeld. Na de ‘klap voor de kop’ door de tegenwind tot Oudkerk, was het verder een fluitje van een cent tot de Bonke. Net voor het donker werd om ongeveer 17.00 uur ging ik over de streep. Schaatsen uit, de bus in en naar de hal. Na het douchen en lekker eten en koffie bij de familie Van Overeen zijn we naar Heiloo gereden. Omdat de broers Blakborn en ook mijn eigen broer, die veel later waren gestart, nog binnen moesten komen, heb ik tot over twaalven nog televisie gekeken. De mensen die dat stuk tegenwind in de hel van het noorden nog moesten afleggen, daar had ik bewondering voor en ook medelijden mee. De volgende dag hoorde ik dat de Blakborns en mijn broer nog ruim op tijd binnen waren gekomen, want gezien heb ik ze niet. Wel de ploeterende, bloedende zwoegers die liefdevol door vrijwilligers over de streep werden geholpen. Al die vrijwilligers die in de barre kou bleven helpen verdienen ook een kruisje. Chapeau daarvoor en bedankt Wie je ook spreekt, bijna iedereen vond het een geweldige dag. De rijders hebben meestal wel afgezien maar de sfeer was geweldig. En één ding is zeker: een makkie was het niet.

DIT WAS IN IEDER GEVAL EEN ELFSTEDENTOCHT DIE TELT!

Klunen hoort er ook bij.
Verzorging bij Workum.
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief